5A.5  Gemengde opgaven >
Gemiddelde en marginale kosten
1
a

Als de verkochte hoeveelheid 400  stuks bedraagt en er wordt meer verkocht, neemt de winst nauwelijks toe.
Dan neemt de gemiddelde winst af.

b

50 : 100 = 0,50  euro ;
150 : 200 = 0,75  euro ;
230 : 450 = 0,51  euro

c

Beide zijn gelijk aan 280 : 600 (euro/kg).

d

Kleiner, want de lijn door ( 0,0 ) en ( 200,155 ) loopt steiler.

e

550  kg (Teken een raaklijn vanuit de oorsprong die de grafiek aan de onderkant raakt.) ;
250  kg (Teken een raaklijn vanuit de oorsprong die de grafiek aan de bovenkant raakt.)

f

470 kg
Teken de lijn door de oorspong en het punt van de grafiek bij 100  kg.
Deze snijdt de grafiek ook in het punt bij 470  kg.

g
2
a

29  miljoen euro

b

29.000.000 : 7.000 , dus ongeveer 4.000  euro/auto

c

Bij 9000  auto's.
Trek de lijn door ( 0,0 ) en ( 7,29 ) ; deze snijdt de grafiek in ( 9,37 1 2 ) .

d

Bij 8000  auto's. Trek vanuit ( 0,0 ) de lijn die de grafiek aan de onderkant raakt; dat is de lijn met kleinste helling die nog een punt met de grafiek gemeen heeft; het raakpunt is ( 8,32 1 2 ) .

e

2140 euro/auto. Trek de raaklijn aan de grafiek in het punt ( 7,29 ) ; lees de richtingscoëfficiënt van die raaklijn af.

f

5500  auto's. Zoek het punt waar de grafiek het minst steil loopt.

3
a

1 8 7 3 2 7 2 + 12 7 = 28,875  miljoen euro

b

M K = 3 8 a 2 4 a + 12 , dus M ( 7 ) = 2,375 , dus 2,375 miljoen euro per 1000  auto's, dus 2375  euro per auto.

c

3 8 a 2 4 a + 12 = 2 dus a = 4 of a = 6 2 3 .
Dus bij 4000 en bij 6667  auto's.

d

Als M K = 0 , dus als 3 4 a 4 = 0 , dus als a = 5 1 3 .
Of: de functie M K heeft als grafiek een dalparabool. Bepaal vervolgens de coördinaten van de top.

e

( 1 8 7 3 2 7 2 + 12 7 ) : 7 = 4 1 8 en ( 1 8 9 3 2 9 2 + 12 9 ) : 9 = 4 1 8

f

G K = K a = 1 8 a 2 2 a + 12

g

G K = 0 , dus als 1 4 a 2 = 0 , dus a = 8 .

h

-

4
a

90.000  stuks

b

p

0,90

1,00

1,10

1,20

1,30

q

130.000

120.000

110.000

100.000

90.000

c

De grafiek is een rechte lijn die gaat door de punten ( q , p ) = ( 120.000 ; 1 ) en ( q , p ) = ( 110.000 ; 1,10 ) .

d

De richtingscoëfficiënt van de lijn uit het vorige onderdeel is ‐0,00001 .
Dus een vergelijking is: p = 2,2 0,00001 q .

e

O = q p = 2,2 q 0,00001 q 2

f

M O = O = 2,2 0,00002 q

g

2,2 0,00002 q = 0 als q = 110.000 .
De opbengst is dan maximaal.
De prijs is dan 1,10  euro en de opbrengst 121.000  euro.

5
a

7000

b

M K = 0,0000038 q + 0,058

c

q = 110.000 , dan W = 121.000 36.370 = 84.630 euro

d

W = ( 2,2 q 0,00001 q 2 ) ( 0,0000019 q 2 + 0,058 q + 7000 ) , dus
W = ‐0,0000119 q 2 + 2,142 q 7000

e

De helling van de winstgrafiek, dus de "snelheid" waarmee de winst toeneemt.

f

M W = 0,0000238 q + 2,142

g

M W = M O M K

h

M W = 0 als q = 90.000 , dan W = 89.390 .

i

M W = 0 , dus M O = M K .

Maxima en minima
6
a

-

b

x = 2 3 , x = 1 1 3

c

f ( x ) = 9 x 2 18 x + 8 , f ( 2 3 ) = f ( 1 1 3 ) = 0

d

Voor x = 2 3 maximaal en voor x = 1 1 3 minimaal.

7
a

12 15 = 180  cm2

b

y x = 45 18 , dus y = 2 1 2 .

c

O = x ( 45 y ) = 45 x 2 1 2 x 2

d

y is een kwadratische functie van x en de coëfficiënt van x 2 is negatief.

e

x = 9

f

O ' = 45 5 x en 45 5 x = 0 als x = 9 .

8
a

In stand I.

b

y 2 = 900 x 2 (stelling van Pythagoras), dus
W = x y 2 = x ( 900 x 2 ) = 900 x x 3

c

W = 900 3 x 2 , dus W = 0 als x = 300 = 10 3 .

d

-

9
a

Tussen 0 en 15 cm.

b

b = 30 2 x , l = 80 2 x , i = x ( 30 2 x ) ( 80 2 x )

c

-

d

Tussen 6 en 7 . Maak een tabel met stapgrootte 1 voor i .

e

x 6,7 en i 7408

f

i ( x ) = 4 x 3 220 x 2 + 2400 x , dus
i = 12 x 2 440 x + 2400 en 12 x 2 440 x + 2400 = 0 als x = 6 2 3 .

g

6 2 3 bij 16 2 3 bij 66 2 3  cm